|
De scherptediepte (DOF: Depth Of Field) is het gebied in een foto dat scherp oogt. Bij een grote scherptediepte is een foto vanaf de voorgrond tot de horizon scherp. De scherptediepte strekt zich uit van /13 voor het scherpstelpunt tot 2/3 erachter. Drie factoren bepalen de scherptediepte:
Diafragma Bij een kleinere diafragma-opening wordt minder licht toegelaten tot de CCD, maar neemt het gebied waarover de foto scherp is, toe. Hoe kleiner het diafragma (f 16 of f 22) des te groter de scherptediepte. Brandpuntsafstand lens Bij een bepaald diafragma zal, bij een korte brandpuntsafstand van de lens (f<35mm, groothoeklens) de scherptediepte groter zijn dan bij een lens met een lange brandpunt (f>85mm, telelens). Een 28mm lens bij f 8 heeft dus een veel groter scherptegebied dan een 300mm lens bij hetzelfde diafragma. Voorwerpsafstand Hoe kleiner de afstand van de camera tot het voorwerp, zoals bij macro-fotografie, des te kleiner de scherptediepte.
|